Spierpijn door statines?
Heb je last van spierpijn of -kramp, zonder dat je je lichamelijk hebt ingespannen? Soms komt dat door medicijnen, zoals statines. Velen gebruiken dit middel.
Medicijnen zijn belangrijk en kunnen veel goeds doen voor je gezondheid. Helaas hebben ze ook bijwerkingen. In het geval van statines zijn spierklachten, zoals spierpijn, spierstijfheid en spierkramp, bekende bijwerkingen. Overleg altijd met je arts.
Cholesterolverlagers, statines remmen de vorming van cholesterol in de lever en verlagen het cholesterol- en vetgehalte in het bloed. Artsen schrijven het preventief voor bij een te hoog cholesterolgehalte of een combinatie van te veel cholesterol en te veel vet in het bloed. Ook bij mensen die een hartinfarct of herseninfarct hebben gehad, schrijven artsen het voor om de kans op een nieuw infarct te verkleinen.
De klachten veroorzaken niet altijd kramp, stijfheid en spierpijn. Soms is er ook sprake van vermoeidheid, een zwak gevoel of rugpijn. Gelukkig ontstaat er maar zelden een ernstige vorm van spierproblemen, zoals een ontsteking van de spieren, spierafbraak, peesklachten zoals peesontsteking en peesscheuring.
Voorbeelden van statines zijn; atorvastatine (Lipitor), fluvastatine (Lescol), pravastatine (Selektine), rosuvastatine (Crestor) en simvastatine (Zocor). Ook komen deze middelen voor in combinatiepreparaten.
Mensen met een verslechterde nierfunctie, een verminderde schildklierwerking of neuromusculaire aandoening (spier- en zenuwaandoeningen) hebben meer kans op het krijgen van spierklachten bij gebruik van statines. Dus raadpleeg altijd de arts of apotheker.
Reumamagazine 28 juli 2025
Alvleesklierontsteking vaak veroorzaakt door galstenen – ook verhoogd risico door statines
Idiopathische alvleesklierontsteking (pancreatitis) wordt vaak door kleine galstenen veroorzaakt, die moeilijk voorafgaand aan een chirurgische ingreep te zien zijn, blijkt uit een studie van de Universiteit van Oost-Finland. Er werden tijdens operaties aan idiopathische (van onbekende oorzaak) pancreatitis bij twee op de drie patiënten kleine galsteentjes gevonden. De studie toont ook aan dat acute pancreatitis vaker voorkomt bij statinegebruikers dan bij mensen die geen gebruiken.
De hoofdoorzaken van acute pancreatitis in Finland zijn alcohol en galstenen. In 10 – 20 procent van de gevallen bleef de onderliggende oorzaak onduidelijk. Deze gevallen kunnen worden verklaard door de kleine galsteentjes die niet tijdens een standaardonderzoek worden gevonden. Een galsteen kan vast komen te zitten op het knooppunt van de ductus choledochus (galweg) en de ductus pancreaticus (alvleeskliergang), wat leidt tot ontsteking van de alvleesklier.
In een gastro-intestinaal onderzoek werden patiënten die voor het eerst leden aan idiopathische pancreatitis willekeurig ingedeeld in een groep die geopereerd werd en een controlegroep. Bij 39 patiënten werd de galblaas verwijderd en 46 patiënten zaten in de controlegroep. Na gemiddeld 3 jaar volgde een vervolgonderzoek, dat uitwees dat bij 14 personen uit de controlegroep opnieuw pancreatitis werd gevonden en bij vier mensen uit de geopereerde groep. Terugkeer van de ziekte was dus veel waarschijnlijker bij de controlegroep. Op soortgelijke manier werden bij een ander onderzoek 23 gevallen van pancreatitis gevonden bij de controlegroep en maar acht in de geopereerde groep. Er werden kleine galsteentjes gevonden tijdens de operatie bij twee op de drie patiënten, terwijl die bij herhaaldelijke echoscopische onderzoeken vóór de operatie niet waren opgemerkt.
Deze bevinding is van belang voor het in kaart brengen van de oorzaken van idiopathische pancreatitis en behandelmethoden. Alcoholgebruik zou bijvoorbeeld misschien te vaak worden aangewezen als oorzaak. De terugkeer van idiopathische pancreatitis kan in veel gevallen worden voorkomen door galblaasverwijdering via een laparoscopische ingreep.
Risico op pancreatitis verhoogd, vooral tijdens eerste jaar van statinegebruik
Het onderzoek analyseerde ook het verband tussen pancreatitis en het gebruik van cholesterolverlagende medicijnen, statines, omdat galstenen vaak gekristalliseerde cholesterol bevatten. Uit dierstudies is gebleken dat statines galstenen oplossen. De meeste galstenen worden bij ouderen gevonden, vaak asymptomatisch. Onderzoekers denken dat door statines ook de grootte van galstenen kan afnemen, zodat galsteentjes uit de galblaas zich kunnen verplaatsen naar het knooppunt tussen galweg en alvleeskliergang. Daar kan het zich manifesteren als pancreatitis.
In een retrospectief onderzoek dat werd uitgevoerd in het Universiteitsziekenhuis van Kuopio, werd ontdekt dat pancreatitis vaker voorkwam bij statinegebruikers dan bij niet-gebruikers. Aan de andere kant was de uitkomst van de galblaasoperatie bij zowel statinegebruikers als niet-gebruikers even goed. En de operatieve ingreep ging 10% sneller bij gebruikers dan bij niet-gebruikers. De studie werd uitgevoerd bij 461 acute panceratitis patiënten en 1140 patiënten met galstenen, en op een groep van 272 statinegebruikers en een controlegroep van 272 mensen.
Uit een landelijk onderzoek bleek dat het risico op acute pancreatitis door het gebruik van statines aanzienlijk toenam. Het risico was vooral verhoogd tijdens het eerste jaar van statinegebruik. De anonieme studie, gebaseerd op het register van het Finse Medicines Agency, betrof alle Finse gevallen van voor het eerst voorkomende pancreatitis die niet door alcohol of galstenen werd veroorzaak,t tussen 2008 en 2010, m.a.w. bijna 4500 mensen, met een controlegroep van bijna 25.000 mensen.
“Ondanks deze bevindingen moet men niet stoppen met statinemedicatie zonder de arts te raadplegen”, zegt Dr. Jukka Pulkkinen, die de resultaten presenteerde in zijn dissertatie.
De bevindingen werden oorspronkelijk gepubliceerd in Pancreas, BMC Gastroenterology, Pharmacoepidemiology and Drug Safety, en in Annals of Surgery.
Vertaling: Astrid Zwart https://www.leefbewust.com/2015
Diagnose axiale SpA is al na drie maanden te stellen
CAR-T-celtherapie blijkt een vorm van reuma te kunnen genezen.
Reumatoloog Floris van Gaalen meldt dat Lupus-patiënten kunnen genezen.
Soms komt reumatologie groot in het nieuws. De media schrijven over een medische doorbraak, het reumalijden lijkt spoedig verleden tijd. Eind mei 2025 berichtte het Leidse LUMC dat – met een nieuwe techniek, de CAR-T-celtherapie – een lupus-patiënt volledig van zijn auto-immuunziekte was genezen. In ReumaMagazine 06-2024 schreven we al over CAR-T-celtherapie. In het dossier van ReumaMagazine 6 gaan we uitgebreid in op de laatste ontwikkelingen.
CAR-T-celtherapie is niet nieuw, de methode is ontwikkeld in de kankerzorg en daar voor patiënten beschikbaar. Enkele jaren geleden werd bij toeval ontdekt dat de therapie ook tegen lupus werkt, en het vermoeden bestaat dat de therapie zelfs een breed scala aan auto-immuunziekten kan aanpakken. Wereldwijd wordt daar nu onderzoek naar gedaan.
Het is interessant om te zien hoe een therapie afkomstig uit de kankergeneeskunde – waar veel meer geld omgaat dan in de reumazorg – ook nuttig blijkt in de reumatologie. Hetzelfde gold enkele decennia terug voor de biologicals, die eerst ook voor een andere aandoening waren bedacht.
Drie maanden
Jazeker, er zit vooruitgang in de reumazorg, ook in de zorg rond axiale SpA (waaronder de ziekte van Bechterew). Floris van Gaalen van het Leidse LUMC houdt zich er al jaren mee bezig. “Onlangs hebben we aangetoond – na een lange en intensieve samenwerking met collega’s in binnen- en buitenland – dat de diagnose axiale SpA ook na drie maanden van klachten al te stellen valt.” De ziekte van Bechterew is berucht vanwege de lange tijd die kan zitten tussen de eerste klachten en de uiteindelijke diagnose. “Vroeger duurde dat wel 8 of 9 jaar, Duits onderzoek laat zien dat die periode tegenwoordig 5 à 6 jaar is”, zegt Van Gaalen.
Hoe weet je of je al na drie maanden een diagnose kunt stellen? Floris van Gaalen: “Soms komen mensen bij toeval – en gelukkig voor hen – toch snel op ons spreekuur en deze mensen hebben we onderzocht.”































